Uitstapje sympathisanten

Geen ‘Hopeloze Zaken’ in Wittem….

Sympathisantenvoorzitter Frits Vanhommerig en Sjef Brouwers, een van de ‘rondleiders’ in Klooster Wittem, stonden op de stoep van Wittemer Alle 34 in Wittem in de kou de Sympathisanten en hun aanhang te verwelkomen. Het was een regenachtige en kille 25 november 2023 (zaterdag). Gelukkig waren de gasten op tijd en zat iedereen er behaaglijk warmpjes bij toen Frits het woord nam en de 45 Sympathisanten en andere ‘geïnteresseerden’, verwelkomde. De kop koffie en het stuk vlaai smaakten voortreffelijk in de Brasserie, zoals Frits de zaal noemde. Koorlid Leo Hagelstein was druk in de weer om alles fotografisch vast te leggen. Het aantal van 45 deelnemers deed Frits denken aan de peilingen, prognoses en exitpolls van de afgelopen verkiezingen. Altijd weer bijstellen….Helaas moest hij ook enkele mensen wegens ziekte afmelden: Hub en Yvonne Muijrers en Mia en Jan Senden. Hij gaf daarna het woord aan Sjef Brouwers, die beloofde het kort te houden. En dat deed hij ook. Hij vertelde dat we in ca. 1,5 uur openbare plekken en andere ruimten, waar vroeger geen vrouwen mochten komen, zouden gaan bezoeken. “Toen was het wel overzichtelijker”, merkte hij ondeugend op. We zouden na de Bibliotheek, in drie groepen worden gesplitst. De twee ander gidsen, Richard Franssen en Jan Nix waren intussen ook binnengekomen en werden voorgesteld.

onze twee andere gidsen, Richard en Jan

Onze jassen moesten we meenemen, want we kwamen hier niet meer terug.
Sjef vertelde dat er ca. 125 vrijwilligers in Klooster Wittem inzetbaar zijn. Er wonen en werken tegenwoordig nog vijf paters en twee echtparen. “Wat een ruimte voor negen personen” merkt hij lachend op. Verder noemde hij de bieb de mooiste kamer die er was en is. In Wittem was vroeger, zo’n 150 jaren terug, een Groot Seminarie en rector Willem van Rossum vond dat bij het internationale studiehuis natuurlijk een bibliotheek moest horen.. In 1973 toen het seminarie allang gesloten was (1967) werden de 82.000(!) boeken die er waren, verkocht aan de universiteit Nijmegen. De meeste boeken gingen over fundamentele theologie,, filosofie, bijbel-wetenschappen, canoniek recht (het recht dat door de Katholieke kerk is vastgesteld en wordt toegepast door de rechtbank van de kerk) en kerkgeschiedenis. Maar er waren ook ‘verboden’ boeken. Niet wat wij denken… maar boeken over de evolutietheorie, de rol van de vrouw en andere niet kerkelijke onderwerpen. Om die boeken te lenen moest je officiële toestemming krijgen. Momenteel staan er toch weer 37.000 boeken in de bibliotheek. Die komen o.a. uit privébezit. Sjef vertelde ook dat het klooster sinds 2005 de zetel van een provincie van de congregatie van de Redemptoristen is die Nederland, Vlaanderen, een deel van Duitsland en Zwitserland omvat. In 2020 werd het hele complex verkocht aan de Lenferink Groep Zwolle met terug-huur van de religieuze ruimten. De bieb is sinds 1976 cultuurruimte, waar jaarlijks gemiddeld 30 tot 40 concerten, uitvoeringen en andere evenementen plaats vinden, die Sjef mee mag ‘organiseren’. “Ons eerste concert-uitvoering was iets van Bertold Brecht”, herinnerde hij zich. ”De akoestiek is goed voor muzikanten maar niet zo goed voor zangers’, merkte hij nog op. Hij heeft nog warme herinneringen aan het Solistenkoor van St. Petersburg dat er diverse malen optrad. Nadat de groep in drieën was gesplitst ging onze groep met Sjef naar de refter waar (vroeger) zo’n 125 mensen konden eten, paters, broeders , gasten en ander ’personeel’. De maaltijd begon altijd met een bijbel-tekst. Alle muurschilderingen zijn volgens Sjef intussen jammer genoeg, verdwenen.
In de sacristie viel de credenza op, een tafel die gebruikt wordt om de liturgische voorwerpen in op te bergen, de gewadenkast, de antieke bidstoel of Bisschopszetel (bisschop Gijsen zou er echter nooit geweest zijn), het beeldje van Johannes Nepomuk, de patroon van het biechtgeheim. In 1393 is hij wegens het bewaren van het biechtgeheim in Praag in de Moldau gegooid en natuurlijk verdronken….
Daarna zijn we naar de Oude Kerk gelopen, in barokke stijl. In 1722 was Wittem Duits grondgebied en een rijke Duitser uit de buurt van Münster, Wilhelm Ferdinant Adolf von Plettenberg koopt dan de zgn. Rijksheerlijkheid Wittem.
In 1732 bouwt hij hier het Capucijnenklooster met kerk uiteraard, om de mensen te beschermen tegen de Calvinisten, de protestanten die hier helemaal niet woonden…. Uiteindelijk is het gebouw in 1836 een Redemptoristenklooster geworden, waar tegenwoordig toch nog 160.000 pelgrims per jaar komen. De kerk is o.a. in 1939 beschilderd door Charles Eyck. Sjef wees ons op de schildering in de vorm van een lint met (bijbelse) teksten, die hij ‘ondertekende’ met een eikentak. Toen gingen we naar de Clemenskapel, die de kleinste  bleek de kleinste te zijn maar wel geliefd en ‘intiem’. Clemens Hofbauer was in Wittem de eerste Duitstalige Redemptorist (verlosser in het Latijn) Hij overleed in 1820. Hij ‘deed’ aan volksmissie. Dit is de prediking van het geloof voor katholieken die vervreemd zijn van hun geloof. Hij werd de patroon van de ‘hopeloze zaken’. Toch niet niks….De biechtstoel die hier staat is het oudste stuk van het klooster!
In de Mariakapel (Maria van Altijddurende Bijstand) komt volgens Sjef “alle kunst bij elkaar”. De Kapel is in 1845 ontworpen door pater Ritzinger en het icoon van Maria is verreweg het bekendste dat er in de wereld bestaat. “Hier komt veel jeugd die een houvast zoekt. Vergeet ook niet naar boven te kijken, naar het dak van deze kapel, je ontdekt het Pantheon van Rome” waarschuwde Sjef ons. En dat was inderdaad zo. Ook de vloer bleek een juweeltje te zijn…
In de devotieruimte van Gerardus, in 1961 gebouwd en in 1995 verbouwd, kun je met al je problemen terecht, want Gerardus is ‘manusje van alles’ vertelt Sjef. Sinds mensenheugenis is er al een Gerardus devotie in Wittem maar in 1847 tijdens de tyfusepidemie  werd de belofte gedaan een Gerardusbeeld te plaatsen en in 1878, ruim dertig jaren na dato, werd eindelijk het eerste Gerardusbeeld geplaatst in de kloostertuin.
In de kapel wordt gebruik gemaakt van zogenaamde groene kaarsen, kaarsen ‘die op olie lopen’ of ‘olie-gestookte kaarsen’ zoals iemand zei. Maar ze zijn gewoon wit ….. Sinds 2021 is Klooster Wittem aangesloten bij het netwerk van groene kerken, vandaar!
De H. Gerardus (Majella) is nooit in Wittem geweest en hij is ook nooit pater geweest. Hij deed veldwerk en ‘werk aan de poort’, dus hij ‘zat ook aan de receptie ‘, volgens Sjef. Hij was dus een gewone broeder die door zijn leefwijze het boegbeeld van het geloof werd. In deze kapel zou ook een doorzichtige plexiglazen bak moeten staan vol met papiertjes met intenties van gelovigen, die ook in een van de andere kapellen stond. Sjef vertelde over de diversiteit van de intenties die op die papiertjes stonden, zoals het smeken om genezing, voor een goed huwelijk, bedankjes voor het behalen van een diploma en, heel uitzonderlijk, dat Fortuna Sittard zijn belangrijke wedstrijd zou winnen, hetgeen prompt gebeurde……
Tenslotte gingen we naar de Crypte of de Grafkelder die alleen van buitenaf te bereiken is. Via een stenen trap vol bladeren en spinnenwebben (zeer toepasselijk), kwamen we in een schaarsverlichte kelder waar allerlei paters en broeders hun laatste rustplaats vonden.in de ‘muur’ waarop een stenen plaat met naam en jaartal werd bevestigd. Deze graven werden ook geruimd als er plaatsgebrek ontstond.  De grotere beenderen uit die oude graven werden dan in de bovenste graven als het ware ‘herbegraven’.
Op de gedenkplaats staat de originele naam van de paters. Van de broeders hun ’broedernaam’, hun ;nieuwe; naam dus. ‘Prof‘ betekent niet dat het professoren waren maar het bet is ‘professie’. Iemand die de kloostergeloften aflegt wordt ‘geprofest’. Sjef vergeleek het met het vroegere ‘zich verloven’  voordat je trouwt…  CRRS dat op bijna elke gedenksteen stond, betekent: de orde van de Redemptoristen. Wilhelm Ferdinant Adolf von Plettenberg ligt in Wenen begraven maar zijn hart (!) lig wel in de crypte. Want hij was verliefd op Wittem en had er zijn hart aan verpand. Bij broeder Bonaventura staat zelfs een foto van zijn kat bij de gedenkplaat.…
Gelukkig regende het niet meer toen we tegen 13.10 uur naar Hotel du Chateau liepen, waar we van een lunch konden genieten met een kop koffie of thee, een broodje wit of een broodje bruin, met ham, kaas of cervelaatworst en een lekkere, warme croquet. De mosterd kwam later….nog net niet na de maaltijd.
Er werd vrolijk gebabbeld aan tafel en veel mensen waren toch wel onder de indruk van het gebodene.
Al met al een zeer verrassende en interessante middag en die natuurlijk weergoed verzorgd was. De thuisblijvers hebben echt iets gemist….

DB Sympathisanten onze hartelijke dank voor deze prachtige middag.

Wim Possen

‘de bieb de mooiste kamer die er is’